Marc Mulders

Marc Mulders (1958) Nederlandse schilder, aquarellist, fotograaf en glazenier. Hij woont en werkt op landgoed Baest, tussen Tilburg en Eindhoven.

Upcoming exhibitions with Marc Mulders:

In short about Marc Mulders

Test My Own Private Giverny – Impressionisme for ever 2017, Marc Mulders, essay uit publicatie Marc Mulders My Own Private Giverny Wat te doen als je als schilder weg wilt vluchten van alle ruis en waan van de dag. Van alle stemverheffingen, oordelen en veroordelingen door politici en extreem gelovigen. Maar ook: weg van je eigen vermeend gelijk. Wel, de schilder kan zich als een tuinman gedragen, bloemenakkers aanleggen en verzorgen en deze vervolgens als een echo op het schilders­ linnen laten doorklinken. Het naar de natuur schilderen gaat stilletjes, niet met een hardop reciteren, maar een fluisteren van het alfabet van alle tonen, gradaties en sferen ontleend aan de natuur. Test Schilder een sfeer, schilder een aura, schilder een melodie die zingt in plaats van het strijdlied. Schilder dat lege toneel na het einde van de voorstelling. De acteurs op het politieke wereld­ toneel zijn al vertrokken, maar de bühne is nog uitgelicht, een residu van licht en nevel resteert. Mijn atelier is in een stal. De ezel staat op de drempel van binnen en buiten, twee meter verder begint de bloemenakker. Het vlindergefladder, bijengezoem en vogelgezang dat mijn schilderen begeleidt in het open atelier wordt echter vaak overstemd door valse klanken, ontluisterende nieuwsberichten. Ik lok de berichten weg van de schildersezel, weg van mijn paradijselijk atelier naar de twee ateliers waar ik als glazenier en aquarellist werk. Daar plak ik ze vast op de dragers papier en glas en verstop de waan van de dag tussen glasscherven en papierscheursels. Zo ontstaat een ‘tweesporenbeleid’ met realisme in zowel collages als glas­in­loodramen en impressionisme op linnen. Met de verhuizing negen jaar geleden uit mijn kloosterschool­atelier in de binnenstad van Tilburg naar het boerderij­atelier op het landgoed Baest verhuisde ook het schildersoog. Van een close­up aankijken van de bloem, het bloemhart, in de vaas in het atelier naar het aanschouwen van het vergezicht boven de akkerbloemen uit. Die architectuur in de natuur, met al haar verschillende kamers, dauw, nevel, zonneschijn, tegenlicht, die ik hier in het landgoed inloop, werd zo het leidmotief. In het atelier midden in de hectische binnenstad van Tilburg moest de natuur nog naar binnen worden gebracht. De bloemen en dode dieren waren ingekocht en werden vervolgens in het atelier een object van aanschouwen, bestuderen en naschilderen. Deze vroegere doeken met hun geschilderde rozen, irissen, lelies en papegaaitulpen, waren vooral een poging om de gestalte van de bloem (en haar centrifugerende krachten) in olieverf terug te zien. De schilder kon beginnen. Eerst de ene bloem naschilderen, dan nog een, en nog een, zodat er een tapijt aan bloemen in olieverf op het linnen groeide. Nu schilder ik niet langer die enkele bloem in repetitie, maar zie ik de bloem als een rekwisiet in een groter natuurdecor. Met als gevolg dat meerdere penseeltoetsen nu niet langer een enkele bloem creëren – waarbij elke toets als het ware een rozenblaadje wil imiteren – maar dat de verftoets op het linnen nu enkel zichzelf presenteert, als een bouwsteen van de natuur. Van veraf mengt elke toets zich, voegt zich in een grotere natuurmelodie, een impressie. Ik moet denken aan de grote Franse impressionist Claude Monet (Parijs 1840 – Giverny 1926 ) 6 wiens ideaal het was om het onbereikbare, het sublieme te schilderen. Er zijn kunstenaars, zo zegt hij, die een brug schilderen, of een boot, en dat is het dan. Klaar. Ik wil de lucht die de brug, het huis, de boot omringen schilderen. Het gaat mij, aldus Monet, om de schoonheid van de lucht waarin deze objecten verkeren. Evenzeer inspireren werk en woorden van Émile Bernard (Rijsel 1868 – Parijs 1941) die stelt dat iedere toets en penseelstreek aan een groot aantal voorwaarden moet voldoen. “Elke verfstreek dient immers zowel lucht als licht te bevatten, evenals het onderwerp, de compositie, de karakteristiek, de kern en de stijl.
 Uitdrukking geven aan dat wat bestaat is een eindeloze taak.” Toen ik deze woorden las, besefte ik dat mijn verwondering over en bewondering van de natuur aanvankelijk tot uiting kwam in de pracht en het geheim van een enkele bloem, meer specifiek in het bloemhart. Tegenwoordig kijk ik niet langer dat bloemhart aan, maar richt mijn blik langszij, eroverheen, naar de bron van het licht daar achter die bloem. In een essay schrijft Jurriaan Benschop dat behalve de natuur, de dialoog met moderne en oude meesters in mijn werk cruciaal is. Deel uitmaken van een traditie is voor mij net zo belangrijk als oorspronkelijkheid. Ik voel me verwant aan Claude Monet met zijn tuin in Giverny vol bloemen, water en waterlelies die hem inspireerden tot werken zoals Les Nymphéas in de Parijse Orangerie. Hier is de fotografische scherpte vervangen door een schilderkunstige werkelijkheid, aldus Benschop.1 “Het is vanuit de geschilderde vlek dat het beeld ontstaat en daar ligt de inhoudelijke verbinding met Mulders’ werk.” Mijn atelier staat tussen velden vol wilde bloemen. Die bloemenweelde is mijn inspiratiebron. In de lente en de zomer snuif ik de geuren op. In de herfst schilder ik met de echo van die bloemenpracht in mijn hoofd. En in de winter word ik gedreven door het verlangen naar de nieuwe bloemen die zullen opkomen op mijn akker. Al schilderend sta ik in de deuropening van mijn atelier, kijk uit over de akkers, en betreed af en toe het bloemenveld. Ik loop dan bij wijze van spreken een gedicht in. Op een gegeven moment ga ik weer terug naar mijn atelier, pak mijn penseel weer op en schilder de dichtregels die ik heb ervaren.2 Marc Mulders op Baest in de zomer van 2017

Buy Marc Mulders artwork

Marc Mulders biography

Geboren te Tilburg, Nederland

23 september, 1958

Modern Art

Avg. Art Direction

Download CV

Get a download

Meer informatie

Open wikipedia

Alle informatie

Marc Mulders (Tilburg, 1958)

The art of Marc Mulders is like a garden: colorful and abundant, with soft and light hues predominating. He paints in daylight, in an open stable, standing at the threshold between the darkness of the stable and the surrounding meadows of flowers.

In his earlier work, from the 1980s, dark colors are the dominant tone; he paints religious motifs such as the Pieta and the Last Supper, along with still lifes of dead game, fish and flowers. During this period he is greatly influenced by the work of Chaïm Soutine. While drawn to painting abstractly, Mulders does need the materiality of animals and flowers to paint.

An important turning point is his move, in 2008, from the city (Tilburg) to a farm on the country estate Baest. The garden and the flower meadows around his studio develop into a key motif in his oeuvre. And because of this, his palette gradually becomes lighter. The fields of flowers inspire him to render flowers in a more abstract way, in which the interplay of sunlight on these fields becomes prominent.

Painters such as Willem de Kooning, Helen Frankenthaler and (the later work of) Claude Monet are his main source of inspiration. So it comes as no surprise that he calls his own gardens and flower meadows ‘my own private Giverny’, referring to the famous gardens of Claude Monet in Giverny.

In addition to his focus on the garden/flower meadow as a motif, Marc Muldlers has, for years, been interested in Persian miniatures, in which gardens also play a significant role. Their design, color schemes and symbolism have profoundly influenced the paintings of Mulders, and as a result many of his paintings bear titles such as Persian Garden, Let the Desert Bloom and Persian Juno Iris. These Persian miniatures have a strong influence on the arrangement of areas of color and motifs in his work.

Stained glass and crafts

During the time of postmodernism during the 1990s, Marc Mulders goes entirely in his own way and adopts a stance against postmodernism by setting up what was called ‘the Tilburg school’ and writing a manifesto defending the motto ‘religion-tradition-craft’.

Aside from painting, he also undertakes the crafts of stained glass and tapestry-making during those years. Among the stained-glass windows are The Last Judgment at the Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch, the Erasmus Window at the Grote Kerk in Gouda and A Garden of Glass in Amsterdam’s Nieuwe Kerk. This window, created for the 25th jubilee of Queen Beatrix, was chosen in 2006 as the country’s ‘most beautiful artwork from the past fifty years’. In 2023 his most recent stained-glass window was installed in the Sint-Petrusbasiliek in Oirschot.

Exhibitions and collections

Marc Mulders is one of the most successful Dutch painters today. From the start of his career Mulders receives recognition. In 1988 he wins the Prix de Rome, and he is invited to take part in two important exhibitions for promising young artists: Een grote activiteit (Wim Beeren, Stedelijk Museum Amsterdam, 1987) and Gemengd bedrijf (Rudi Fuchs, Haags Gemeentemuseum, now Kunstmuseum Den Haag, 1993).

This is followed by solo exhibitions at the Stedelijk Museum Amsterdam (1991) and the Van Abbemuseum in Eindhoven (1993). Soon after, there is interest in his work from abroad. During this period his work is shown at Galerie Barbara Farber in Amsterdam, which shows his work at major international art fairs such as Art Basel, ARCOmadrid, FIAC Paris and Art Basel Miami Beach. Then there are solo exhibitions at Galerie Templon (Paris, 1997) and Stux Gallery (New York, 1999). Nevertheless, Mulders deliberately opts not to take the international route any further, because it distracts him from the essence: working in his studio.

His work is purchased by collectors within the Netherlands and abroad, and by museums including the Stedelijk Museum Amsterdam, De Pont Museum in Tilburg, Kunstmuseum Den Haag, Museum Voorlinden in Wassenaar and the Van Abbemuseum in Eindhoven as well as the Rob Defares Collection in Amsterdam. 

Various other solo exhibitions are held in museums and galleries, among them De Pont Museum in Tilburg (1999), the Frans Hals Museum in Haarlem (2006), Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch (2013), the former Gemeentemuseum Den Haag, now Kunstmuseum Den Haag (2018), at Kersgallery in Amsterdam (2018 and 2022) and at NQ Gallery in Antwerp (2022).

Marc Mulders lives and works on Landgoed Baest, in Oostelbeers.